4 september 2018

Metafoor - Wie kookt er voor mij

Op een dag wandelt een beer in het bos. Een prachtig, heel groot bos, vol mooie schaduwrijke plekjes, een rivier vol vis en heel veel verschillende wilde dieren. De beer is tevreden en loopt op zijn gemakje in rondte. 

Na een tijdje voelt de beer dat zijn maag lichtjes begint te knorren. Mmm een lekker hapje zou wel welkom zijn en dus begint de beer aan zijn dagelijkse wandelingetje richting het grote kasteel. Op het kasteel woont een heel tevreden, wijze heer die zich erg bekommert om de natuur. Hij heeft met zijn kok afgesproken elke dag een heerlijk hapje klaar te leggen voor de beren. Want het is zo leuk om al zijn beregoede zorgen aan zijn gasten te laten zien. En het is ook goed voor de beren. Als de gasten zulke leuke tamme beren hebben gezien willen ze toch wel meebetalen aan het onderhoud van het berenbos, dat achter zijn kasteel ligt? Allicht.

De beer hoeft niet meer op te letten, hij weet bijna blindelings de weg. Maar juist door zijn achteloosheid valt de beer valt vlakbij het kasteel in de bouwput voor de nieuwe stallen.  Au,  wat een pijn, hij zit met zijn poot vast in het ijzeren bouwvlechtwerk. De beer probeert van alles om zich los te rukken, maar het lukt niet. Hij probeert het nog eens en nog eens. Dan stopt hij een tijdje, hij is zo moe van het proberen zich los te trekken. Maar toch hij wil los dus hij probeert het opnieuw. Uiteindelijk kan de beer kan niet meer, het is al donker en hij is zo moe. Het heeft allemaal geen zin. Zachtjes begint hij te janken maar helaas, niemand hoort hem. Door zijn ongemakkelijke houding kan hij de slaap niet vatten. 

De volgende dag hoort de bouwploeg gejank. Een beer in nood. Gauw naar binnen, hulp halen. De heer des huizes komt onmiddellijk kijken en handelt. Hij geeft de kok opdracht om snel de lekkerste hapjes te halen als troost voor de arme beer en hij commandeert de bouwploeg om de grootste ijzerzaag te halen. Maar het lukt niet, de poot zit helemaal vast tussen de staaldraden en als ze dichterbij komen slaat de beer met zijn klauwen. Iedereen deinst terug, behalve de kasteelheer. Hij vraagt iedereen zich op een afstandje terug te trekken. Ze kijken vol verwondering wat hij gaat doen.  

Hij gaat zo dicht mogelijk bij de beer zitten, wordt stil en sluit zijn ogen. Na nog flink gebrul lijkt de beer de hulp te verstaan. De beer houdt nu zijn klauwen in, zodat de bouwploeg dichterbij kan komen om de poten vast te houden. Een ander deel van de ploeg legt nu een doek over zijn kop, terwijl de kasteelheer de bemoedigende woorden blijft uitspreken. Niet alleen naar de beer, ook naar de ploeg. Houd vol! Het komt goed, werk mee! 

Uiteindelijk is het ijzer losgezaagd, de beer is bevrijd, maar nu moeten ze het dier nog helpen uit de bouwput te komen. Met stevige planken en eten lokken ze het dier uit de bouwput...Spanning, zou het lukken, durft de beer?... Ja, gelukt!  Gauw legt de kok nog meer lekkernijen voor de beer neer zodat hij snel zijn nare ervaring vergeet. De beer smult ervan. Hij eet meer en meer. En dan ..., oefff, behhhh, bah zegt de beer, oh ik heb net een hapje te veel gegeten. Oh, pijn in mijn buik. Met zijn veel te volle buik schommelt hij naar een beschut plekje onder de bomen in de buurt van het kasteel. Daar voelt de beer zich zo vol, zo naar. Steeds weer proeft hij al dat eten tot hij zich tot zijn schrik realiseert dat het niet zo maar eten was, nee het was menseneten. Die mensen geven beren mensen eten. Menseneten!  Acuut hijst de beer zijn lompe lijf overeind, hij kijkt nog een keer naar het kasteel en dan sleept hij zichzelf boerend en burpend  het nevelige bos in. Misschien wordt mijn leven beremoeilijk, misschien wel beremakkelijk, in ieder geval wordt het berebeer.